Een elektrische auto voor de deur en nog geen laadpaal? Dan betaal je bij de openbare paal al snel € 0,45 tot € 0,70 per kWh, terwijl thuisladen — zeker met een dynamisch contract of eigen zonnepanelen — vaak onder de € 0,15 kan. Een thuislader verdient zichzelf daardoor meestal binnen twee jaar terug. Maar welke kies je?

1. Kies het juiste vermogen

De meeste elektrische auto's laden thuis met 11 kW (3 fasen, 16A). Daarmee laad je zo'n 60-70 km rijbereik per uur — een lege accu is 's ochtends gewoon vol. Een 22 kW-lader klinkt aantrekkelijk, maar vereist een verzwaarde netaansluiting én een auto die het aankan; voor vrijwel iedereen is 11 kW de verstandige keuze.

2. Slim laden is geen luxe meer

Een moderne laadpaal regelt drie dingen automatisch: loadbalancing (nooit een overbelaste hoofdzekering), zonnestroom-laden (eerst je eigen dak, dan pas het net) en dynamisch laden (laden op de goedkoopste uren van de dag). Dat laatste scheelt met een dynamisch energiecontract honderden euro's per jaar.

3. Let op de meterkast

Heb je een 1-fase aansluiting (1×35A)? Dan kan er prima een laadpaal bij, maar is loadbalancing vrijwel verplicht. Bij een 3-fasen aansluiting (3×25A) is 11 kW laden comfortabel mogelijk. Onze monteur checkt dit tijdens de gratis schouw — een eventuele meterkastaanpassing nemen we direct mee in de offerte.

4. Zakelijk? Denk aan verrekening

Rijd je een auto van de zaak, kies dan een lader met MID-gecertificeerde kWh-meter en automatische declaratie. De laadkosten worden dan maandelijks rechtstreeks met je werkgever of leasemaatschappij verrekend — zonder Excel-gedoe.

De belangrijkste valkuilen

Twijfel je? Onze keuzehulp op de homepage geeft in 30 seconden een persoonlijk advies — of plan direct een gratis schouw aan huis.